Ann heeft zojuist een glas water gekregen, zij en Lenny hebben elkaar net ontmoet in de woonkamer van het ouderlijkhuis.
Lenny:
…zeg neem mij niet kwalijk, heb je geen last van die asbak?
Ann:
Totaal geen last van, nee.
Lenny:
Hij staat daar niet lekker. Met het oog op je glas. Dat glas viel bijna om, zeg. Of de asbak. Ja het gaat meer om het kleed, zie je. Ja, niet voor mij, hoor. Voor mijn vader. Die heeft een soort orde- en netheidmanie. Die houd niet van rotzooi. Dus, als je het niet erg vind neem ik die asbak nou maar even weg. Je néémt me niet kwalijk? Je rookt toch niet.
hij doet het
Als ik je glas ook eens meteen meenam.
Ann:
Ik heb het nog niet op.
Lenny:
Als je het mij vraagt, heb je nu wel genoeg genoten.
Ann:
Nee, nee, daar vergis je je in.
Lenny:
Redelijk genoeg, als jet het mij vraagt.
Ann:
Ja, maar als je het mij vraagt niet, Leonard.
pauze
Lenny:
Wil je me niet zo noemen!
Ann:
Waarom niet?
Lenny:
Die naam heeft mijn moeder mij gegeven.
pauze
Geef op dat glas.
Ann:
Nee.
Lenny:
Dan neem ik het.
Ann:
Als jij dat glas neemt, neem ik jou.
pauze
Lenny:
Wat zou je ervan zeggen als ik dat glas eens nam, zonder dat jij mij nam?
Ann:
Wat zou jij ervan zeggen, als ik jou alleen maar nam.
pauze
Lenny:
Je maakt een grapje.
pauze
Je bent trouwens verliefd op een andere man. Je hebt stiekem een verhouding met een andere man. En z’n familie geen idéé! En dan kom jij opeens hier, zonder een woord van waarschuwing, even een beetje rotzooi trappen.
ze neemt het glas en heft het naar hem op.
Ann:
Neem een slok. Vooruit, neem een slok uit mijn glas.
hij is stil
Kom op mijn schoot zitten. Neem een slok. ’t Is lekker koel.
ze slaat op haar schoot. pauze. ze staat op, gaat naar hem toe met haar glas.
Kom, je hoofd achterover en je mond open.
Lenny:
Ga weg met dat glas.
Ann:
Ga op de grond liggen. Vooruit. Dan zal ik het door je keel gieten.
Lenny:
Waar wil jij naar toe? Wat is dit? Is dit soms een voorstel?!!
ze lacht kort en drinkt het glas in één teug leeg
Ann:
Hè.. ik had dorst, zeg!