zaterdag 21 november 2009

WAAR,..

...over ik ga, waarover mijn werk gaat, waarover het gaat?


.. en ik zie licht, wit licht en nevelslierten die opzij schuiven.

en vanachter die nevelslierten een figuur, een mevrouw, een mooie dikke kwabbige mevrouw.

het is mijn moeder, mijn moeder die mij roept.

ze spreekt mij toe vanuit hemelse dreven.

kom maar hier kleine jonge


zegt ze


kom maar hier, leg je hoofd maar in mijn schoot, ik zal pleisters plakken waar je gesneden bent en ik zal de dieren uit je haren halen


en dan doe ik dat dan ik leg mijn hoofd in haar schoot en dan aait ze mij en zegt ze

dat ik rust mag zijn.

dat ik niet meer moet hopen, dat ik niet meer moet proberen.

het helpt toch niet.

ge zijt helemaal alleen, zoals iedereen altijd en overal alleen is in alle talen.

ge zijt bloot en weerloos.

ge zijt gemaakt van dun papier, een windvlaag en ge vliegt omver.


het is niet dat de anderen u niet willen helpen, het is dat ze zelf gemaakt zijn van dun papier.

een scheurtje en ze scheuren.


en ge kijkt naar mij en ge ziet uzelf staan en ge zegt tegen uzelf wat ge altijd al geweten hebt, dat uw pijn voor u alleen is. niemand anders kan d’r aan, niemand heeft er weet van.

en dat is goed zo.

zo zijn we vrienden

dat soort vrienden zijn we.

we proberen niet, hopen niet, we kijken.

we kijken elkaar aan en we zeggen ‘kom leg uw pijn maar hier bij mij.

het zal geen grammetje helpen.

kom leg uw hoofd in mijn schoot, dat ik u aai, dat ik u zeg dat ge van geluk moogt spreken dat ge niets betekent.

kom dichterbij, kom.

ik heb u niks te bieden.

kom vertel mij u verhaal.

ik beloof, ik zal er niks van snappen.

kom leg u in een bolleke aan mijn voeten.

ik zal een lied zingen voor u

over niks..


(Wim Helsen)